EBI

Tijdens de grote oorlog is pijnlijk duidelijk geworden hoe dodelijk wetenschap kan zijn. In de hoop dergelijke destructieve krachten aan banden te leggen, hebben alle grootmachten verdragen ondertekend die paal en perk moeten stellen aan gevaarlijke, wetenschappelijke dreigingen. In Europa wordt de naleving van deze verdragen gecontroleerd door het Europees Bureau voor Innovatie, ofwel het EBI.

Een eerste belangrijk mandaat van het bureau is het opsporen van gevaarlijke overgebleven technologie uit de Grote Oorlog. Zelfs zoveel jaar na de ondertekening van de vredesverdragen dwalen er nog een hoop bevreemdende, unieke, maar ook gevaarlijke dingen rond. Het bureau lokaliseert en neutraliseert ze. Ten tweede waken ze er over dat de wetenschappelijke voorruitgang op een veilige, filantropische manier ontwikkelt. Kwade of gebroken geesten die hier tegen zondigen, kunnen zich aan een bezoek van agenten in zwart maatpak verwachten. Indien het gevaar groot genoeg is, heeft het EBI de autoriteit om de dreiging te neutraliseren. Als laatste wordt het bureau ook vaak ingeschakeld om te assisteren bij terroristische dreigingen of om industriële spionage tegen te gaan.

Agenten van het bureau hebben de reputatie bijzonder doortastend en meedogenloos te zijn. Ze worden door het publiek gezien als een technologische inquisitie met een geheime agenda. Deze perceptie is niet helemaal juist, aangezien het bureau officieel voor heel wat onderzoeken en dreigingen bij wet verplicht is om nauw samen te werken met de lokale ordehandhavers. Wat er achter de schermen gebeurt, is een heel andere zaak natuurlijk...